Paarden maken instinctief gebruik van hun reukorgaan.

Met de neus herkent hij zijn kuddegenoten, onderscheidt goed voedsel van slecht voedsel en vindt hij water. Ze pikken gevaren op uit de lucht, zoals bijvoorbeeld vuur of de aanwezigheid van een roofdier.

Onderling communiceren paarden met geur. Bij het leren kennen van een nieuw paard blazen ze elkaar in de neus. Vaak ook als begroeting en herkenning als een bekend paard tijdelijk is weggeweest.

Een hengst ruikt het hormoon oestrogeen als een merrie in haar cyclus is.

Via mest en urine vergaren paarden veel informatie over elkaar; onder andere hun fysiologische staat maar bijvoorbeeld ook de groepsgeur.

Paarden maken zogeheten feromonen aan. Dat zijn hormonen die door de lucht tussen paarden een rol spelen, voornamelijk bij voortplanting. Die feromonen worden speciaal geanalyseerd door twee orgaantjes (van Jacobson) vlakbij het brein. Als een paard fleemt, worden deze geuren via een doodlopende ‘duct’ bij die orgaantjes gebracht.

De bulbus olfactorius maakt deel uit van de hersenen en is verantwoordelijk voor de verwerking van geuren. Deze is bij paarden behoorlijk groot omdat reuk belangrijk is voor paarden. Ook het grote oppervlakte van het neusslijmvlies bij paarden staat hiermee in verband.

Geuren bestaan uit vele, misschien wel miljoenen verschillende, vluchtige moleculen. Voor iedere molecule hebben paarden een andere receptor.

Als een paard iets wil onderzoeken en informatie wilt vergaren, zal het eraan gaan ruiken.

Tijdens het werken met essentiële oliën kiest een paard instinctief voor bepaalde oliën. Bij het aanbieden van een olie, ruikt het paard en geeft een positieve of afwijzende reactie. Dit geeft informatie over wat het paard mentaal of fysiek nodig heeft. Paarden weten instinctief wat ze nodig hebben om in balans te blijven of komen.