Dr Heinrig Reckeweg (1877-1944) was een Duits natuurgeneeskundig arts. Zijn belangrijkste toevoeging aan de natuurgeneeskunde was de leer van de homotoxicologie. Daarmee wilde hij een brug slaan tussen de allopathie (reguliere geneeswijze) en de natuurlijke geneeswijzen.

Homotoxicologie betekent letterlijk de leer van de zelfvergiftiging van het lichaam. Deze zelfvergiftiging vindt plaats via de lichaamsvochten en wordt veroorzaakt door voeding, leefwijze [beweging!] en leefomgeving.

Dr Reckeweg met zijn 6 fasen van ziekte, greep terug op een veel ouder concept van de ‘vader van de geneeskunde’ Hippocrates. Deze bedacht de humoraal pathologie of te wel de ziekteleer van de lichaamsvochten. De twee zonen van Dr. Reckeweg hebben het werk van hun vader verder onderzocht en publiceerden in 1952 de zogenaamde ‘6 fasen leer.’ Hierin beschreven zij 6 verschillende stadia oplopend van ‘aanwezig’ via ‘lastig en vervelend’ tot mogelijk ‘onherstelbaar beschadigd.’ Concreet: een puistje is aanwezig, acne is lastig en huidkanker is bedreigend voor de gezondheid.

Dit artikel gaat over de 6 fasen van ziekten, met als doel jou als lezer te laten begrijpen waarom oude klachten terugkeren als jouw dier geneest van zijn meest recente kwaal. Met andere woorden, als jouw dier zijn spijsverteringsklachten ziet verminderen door ingreep met voeding, leefomstandigheden en ondersteuning met natuurlijke middelen, is het zeer goed mogelijk dat huidklachten van vroeger terugkeren. Als wij dit in de praktijk tegen komen, is dat een gunstig teken. Jij of jouw dier zal echter reageren met help! De pijn is weg en nu heb ik er andere klachten voor terug. Om die reden is het goed dit artikel te lezen.

1 Uitscheidingsfase

De eerste fase is de staat waarin elk lichaam zou moeten verkeren. Het is namelijk een teken van gezondheid als:
1 Het lichaam gaat zweten en stinken bij inspanning en niet als het stil zit!
2 Het lichaam een puistje heeft zo af en toe
3 Het lichaam een korte hoge koorts kan produceren om daarmee alle binnen gekomen virussen, bacteriën en parasieten te verbranden. Koorts wil je om die reden niet onderdrukken!

Ook is het een goed teken als het lichaam zo af en toe stinkende ontlasting geeft en zurige urine. Zure urine betekent namelijk dat overtollige zuren het lichaam verlaten. Wat een goed teken is omdat de weefsels en het bloed in principe licht basisch horen te zijn.

De weerstand in het lichaam doet niets anders dan alles wat er binnenkomt aan lucht via de longen en voedsel + vocht via de mond en huid te screenen op giftige stoffen dan wel bacteriën, virussen en parasieten. Dat wat niet goed is voor het lichaam wordt onschadelijk gemaakt en afgevoerd of direct de deur uit gezet.

De grootste interne reiniger in het lichaam is de lever met op de 2e plaats de nieren. Via darmen en blaas worden de meeste gifstoffen en ongenode gasten weer afgevoerd. In mindere mate maar zeer belangrijk zijn ook de huid en longen [neus en mond] noodzakelijk als uitscheidingsorganen. De lymfebanen zijn eveneens afvalbanen waar in bacteriën onschadelijk worden gemaakt en afgevoerd via het bloed naar de lever om vanaf daar het lichaam te verlaten.

Het lichaam houdt zich in balans en reinigt uit zichzelf wanneer nodig met veel beweging, goed voedsel, frisse lucht en zingeving voor de ziel.

Veel afval afkomstig van verkeerd of eenzijdig voedsel kan niet afgevoerd worden omdat de uitweg vol zit of dicht gesmeerd wordt door producten voor de huid. Het zorgt ervoor dat gifstoffen de huid niet kunnen verlaten. Met als gevolg dat deze worden opgeslagen. Helaas zijn veel synthetische en chemische producten giftig, alleen de gevaarlijke dosis verschilt van dier tot dier. Ook de buffercapaciteit van elk dier speelt hierbij een rol.

Die buffer heet het onderhuidse bindweefsel. Zit er veel gifstof opgeslagen in het bindweefsel dan kost dit 1. extra mineralen en vitaminen om het daarin opgeslagen te houden en 2. het maakt de spieren stram en stijf en beïnvloedt het conditioneel vermogen. Het dier wordt eerder moe en krijgt klachten. Niet vergeten moet worden dat de lever een hoop virussen en ander spul onschadelijk maakt door er een calciumlaagje omheen te bouwen. de zogenaamde galsteen.

Als gifstoffen te lang in het lichaam blijven zitten [en uit de praktijk blijkt dat dat helaas voor de meeste dieren opgaat] komt jouw dier in fase 2

2 Ontstekingsfase

De ontstekingsfase wordt gekenmerkt door ontstekingen. Maar dit zijn dan vooral de ontstekingen die maar blijven door gaan. Die dan weer opvlammen en dan weer een tijdje rustig zijn.

Net zoals in fase 3 heeft in fase 2 het lichaam nog voldoende kracht om zichzelf te reinigen. Je moet dat wel een beetje ondersteunen bijvoorbeeld met het toevoegen van extra enzymen en goede voeding.

3 Depositiefase

Depositie betekent afzetting en feitelijk betekent het dat de ontstekingen uit de overige fasen onvoldoende zijn opgeruimd om het lichaam te kunnen verlaten. De reststoffen mogen niet in het bloed blijven zweven en worden afgezet op de minst ‘gevaarlijke’ plekken in het lichaam. Dit zijn de botranden, de aanhechtingen van pezen en spieren en het onderhuidse bindweefsel. Het lichaam ontwikkelt liever een zere knie of desnoods een hernia dan dat er streptokokken in het longweefsel gaan zitten of erger, richting hartspier wandelen.

Typische klachten in fase 3 zijn dan ook chronisch opgezette lymfeknopen (chronisch betekent langer dan 2 weken) .

4 Impregnatie fase

Impregneren betekent in dit verband dat de ziekte zich dieper de cel in maneuvreert in plaats van dat het via de lichaamsvochten [bloed, zweet, urine, fecaliën] naar buiten wordt gebracht. De cel wordt verzadigd met of wel de indringer [parasiet, virus, bacterie] of wel met gifstoffen zoals zware metalen, alcoholen en stoffen afkomstig uit voeding zoals bijvoorbeeld fytine uit graan. In deze fase of eigenlijk is dat al vanaf fase 3 het geval, is de darm gaan lekken. De weerstand aldaar is niet meer bestand tegen de hoeveelheid gifstoffen met als gevolg dat van binnenuit het lichaam langzaam maar zeker wordt vergiftigd.

Denk aan klachten als artrose, maagzweren, schildklier problemen, insuline resistentie en alle beginnende auto-immuun ziekten.

Vanaf fase 4 hebben we te maken met serieuze aandoeningen waar echt iets aan moet worden gedaan. De meeste dieren gaan zich nu melden bij de natuurgeneeskundig therapeut. Ze hebben echt last van hun klachten en het lichaam is niet sterk genoeg meer om door middel van hoge koorts de ziekte eruit te zweten. Integendeel, het dier beweegt minder vanwege pijn of raakt in zichzelf gekeerd.

Vanaf fase 4 wordt het minder makkelijk om tot heling en genezing te komen. Er is sprake van verdere condensatie. Dat wil zeggen klachten slaan neer. Schijnbaar lijkt het in periodes heel goed met het dier te gaan. Hij heeft nergens last van. Onder deze oppervlakte voltrekt zich het proces, vage klachten treden op, maar velen slagen erin nog lange tijd een normaal leven te hebben.

Er treden chronische vitaminen- en mineralen tekorten op. Slapen wordt minder, geheugen gaat achteruit en vermoeidheid neemt toe. Het gebrek aan goede vetzuren, proteïnes, enzymen en hormonaal evenwicht maakt het voor het lichaam zwaarder.

5 Degeneratie fase en 6 Tumor fase

In deze fase raakt het lichaam verder ontwricht. Er is geen afdoende verklaring meer waarom het dier de klacht heeft, waardoor het gevoel en zelfvertrouwen achteruit gaat. We hebben nu te maken met “echte” ziektes zoals alle vormen van kanker, diabetes, kwaadaardige bloedarmoede, COPD, osteoporose, etc. Sommigen zijn direct dodelijk, anderen zijn te behandelen.

Gezien de leer van de verschillende fasen is het credo: Geef nooit op. Verlies nooit de moed en ga door. Elke ziekte is omkeerbaar, iets wat de epigenetica intussen wel heeft bewezen. Genen gaan “aan en uit”, maar met voeding en verandering van omgeving en supplementen kunnen genen ook weer aangaan. De inspanning die daarvoor geleverd moet worden is wel een stuk groter dan in de voorgaande fasen. Wat vaak gebeurt, is dat de mens blijft ontkennen, zodat de klachten gebagatelliseerd dan wel gerechtvaardigd worden. Voor het oog lijkt het dan alsof er niets aan de hand is, maar ondertussen is er veelvuldig lijden aan pijn en een chronisch gevoel van ‘eraf’ zijn.

In fase 5 en 6 zijn de hoeveelheid gifstoffen zo hoog dat het uit het bindweefsel weer terug in het bloed komt en bij de organen komt te zitten. De lever is te laat met het eruit filteren van een bacterie of virus uit het bloed en het virus of de bacterie komt op de hartspier terecht en ontregelt de werking ervan. Het gevolg laat zich raden. Het mag duidelijk zijn dat deze klachten een voorgeschiedenis van jaren hebben. Net zoals het feit dat je nooit ‘zomaar plotseling’ in fase 5 of 6 belandt.

Ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme kan beginnen met een tekenbeet, een rode bult, wat jeuk, een lichte verhoging of een dag felle koorts als het lichaam sterk genoeg is. Dat doodt dan de parasiet en de Lyme is niet verder gekomen dan fase 1 of 2. Helaas gebeurt dit niet zo heel vaak en gaat de parasiet zich stiekem vermeerderen waarbij het nauwelijks klachten geeft. Zo ongeveer in fase 4 – de impregnatiefase- steekt het de kop weer op. Dieren worden chronisch moe en krijgen overal klachten. Als de Lyme niet als oorzaak wordt gezien worden de klachten bestreden zonder al te veel resultaat. Het kan zelfs zover komen dat het dier zware zenuwaandoeningen krijgt met uitval, verharding van het lymfeweefsel en complete malaise. Op dat moment antibiotica geven is een zeer zware prikkel waarvan je maar moet afwachten of het lichaam dit aankan en kan gebruiken tot herstel. Vanuit het natuurgeneeskundig principe moet vanaf fase 4 altijd eerst gevoed worden voordat de indringer (wie of wat dat dan ook is) kan worden bestreden. Daarom is goede voeding en extra inzet van natuurlijke therapieën zo hard nodig.

Tegenwoordig is ontgiften “trend.“ Een voorjaarskuur en liefst in de herfst weer eentje. Wat we vergeten is dat het lichaam dat prima kan hebben als je in fase 1 zit en dus over een goede gezondheid beschikt. Als de tekorten en verstoringen niet eerst worden opgelost en aangevuld zal ontgiften juist klachten doen verergeren. De uitscheidingsorganen beginnen namelijk vanaf fase 3 verstopt te raken. Het is dus zoiets als de goot ontstopper in de bak zetten, wetende dat er een verstopping in de buis zit. En zonder water beginnen te bewegen! Het resultaat is dat het dier ziek(er)wordt.

Tot slot

Aan elke ziekte zit een begin en een eind, met de 6 fasen als handvat kun je jouw dier ergens plaatsen.

Gaat jouw dier bv van fase 4 naar fase 3 dan komen oude klachten weer naar boven. Een goed teken: Jullie zijn op weg weer de ‘oude’ te worden.